2000 Barneveld

Dispositie
Bas Discant
Prestant 8' groot oct. gedekt  Prestant 8'
Holpijp 8'  Holpijp 8'
Fluit 4'  Fluit 4'
Octaaf 2'  Octaaf 2'
Quint 3'  Sesquialter 2 sterk
Winddruk 50 mm. WK

Kabinetorgel ter Hart 1879

2000, plaatsing in Barneveld van een gerestaureerd ter Hart-secretaire-orgel.

Hermanus ter Hart, een Amsterdamse orgelbouwer uit de tweede helft van de negentiende eeuw, is hoofdzakelijk bekend als bouwer van secretaire-orgels, slechts een enkele maal was hij bij de bouw van kerkorgels betrokken.

Zijn opleiding moet hij gehad hebben in het bedrijf van Hermanus Knipscheer. Zo vinden we zijn naam in het door Knipscheer verbouwde en verplaatste orgel van de Doopsgezinde kerk van Hoorn (nu in de Hervormde kerk van het Groningse De Wilp).
In het werk van ter Hart is veel van zijn leermeester Knipscheer terug te herkennen. Aangezien Ter Hart vermoedelijk ook dezelfde kastenbouwer als Knipscheer had zijn hun secretaire-orgels soms moeilijk uit elkaar te houden. In zijn algemeenheid kan gesteld worden dat de instrumenten van Ter Hart wat luxer van uitvoering waren. Net als bij Knipscheer signeerde ter Hart maar weinig huisorgels, dateren deden beiden vrijwel nooit.
De vroegste activiteit die van Ter Hart is aangetroffen is de bouw van een secretaire-
orgel in 1848. Dit instrument bevindt zich sinds 1997, na herstel door Sicco Steendam, weer in de plaats waar het gebouwd werd, in Amsterdam.

Bij de bouw van kerkorgels werd Ter Hart bijgestaan door Martinus (de) Roos, piano- en harmoniumhandelaar op de Leidsegracht. Hij plaatste in 1851 het door Ter Hart gebouwde orgel in de Hervormde kerk van Ter Aar en hielp in 1858 bij de bouw van het orgel van de Hervormde kerk van Amsterdam-Buiksloot.

Het secretaire-orgel dat het onderwerp van deze monografie is, is oorspronkelijk vervaardigd voor de heer P.T.Dekker te Rhoon. Het had toen 5 stemmen en 288 pijpen. In 1884 kwam het in bezit van G.J.Vrijland en van af 1918 stond het bij L.Vrijland, beide eveneens woonachtig te Rhoon.
Mr. Arie Bouman (1911-1999), orgelpublicist, kocht het in 1942. Zijn vroegere huisorgels waren 14 mei 1940 bij het bombardement van Rotterdam verloren gegaan. De orgelmaker Johann Theodor Strunk (1899-1962) plaatste het orgel over, waarna het door de nieuwe eigenaar in fasen werd vergroot. In 1952 liet hij door de firma Stinkens te Zeist het pijpwerk wijzigen. In 1958 werd het instrument uitgebreid met een electronisch vrij pedaal (C-d') met de registers 32', 16', 8' en 4' in de geluidsterkten mf, f en ff.
Een vergelijkbare operatie werd door de heer Bouman later uitgevoerd op het 3e hands Van Oeckelen orgel van de Gereformeerde kerk van Eelde, dat door hem met een enorm elektronisch pedaal werd vergroot. Dit één-klaviers orgel heeft nu maar liefst 3 32'-registers!
In 1962 herintoneerde Bouman zijn huisorgel op een hogere winddruk. Op dat moment had het 8 stemmen en 508 pijpen. Verdere wijzigingen vonden nog plaats in 1964 en 1974. Het niet meer gebruikte pijpwerk heeft Bouman grotendeels bewaard en op gegeven moment als 'waardeloos negentiende-eeuws materiaal' aan de orgelmaker Sicco Steendam meegegeven.
Bij demontage, na het overlijden van Bouman in 1999, had het orgel de volgende dispositie:

Manuaal C-f'''

(links) 

(rechts)

Principaal 8' (B) 

Praestant 8' (D)

Bourdon 8' (B) 

Holpijp 8' (D)

Roergedekt 4' (B) 

Quintadeen 8' (D)

Parade 2' (B) 

Roerfluit 4' (D)

Vox Humana 4' (B) 

Octaaf 2' (D)

Quintreseptron 4 sterk (doorl) 

Terts 1 3/5' (D)

Het electronische pedaal was toen al verdwenen. Verder was nog aanwezig een Tremulant en een vastgezet Windzicht. Het magazijnbalgje had een nieuw ventiel.
De winddruk was 60 mm
De Principaal sprak van C-H in de Bourdon 8'
De Bourdon 8'/Holpijp 8' was van C-b' grenen
c''-f''' eiken met doorboorde stoppen
De Roergedekt 4' was van grenen met doorboorde stoppen
De Vox Humana 4' Bas werd in 1964 geplaatst i.p.v. een grenen Quintfluit 2 2/3'
Het is een vermaakte Trompet 8' disc van de gebr. Müller (vh Vijlen, RKkerk). Dubbele conusbekers.
De Quintadeen en de Terts (pijpwerk 1952) stonden op één sleep waarop voor 1974 een Quint 2 2/3 en een Octaaf 1' stonden,
De Parade is een gewoon Octaafregister.
De Roerfluit 4' metalen pijpwerk 1952, vervangt een dito houten register
De stopdoorboringen zijn geen van alle origineel
Diverse pijpen waren pneumatisch afgevoerd.
De Quintreseptron werd in 1952 als Cymbel op een kantsleep geplaatst.In 1962 werd de samenstelling als volgt:
C 2/5 -- 1/3 - 1/7 - 1/9
F 2/3 - 2/5 - 2/9 - 1/7
c° 4/5 - 2/3 - 2/7- 2/9
g° 1 1/3 - 4/5 - 4/9 - 2/7
d' 1 1/3 - 4/5 - 4/7 - 4/9
a' 1 3/5 - 1 1/3 - 8/9 - 4/7
e" 1 3/5 - 1 1/3 - 1 1/7 - 8/9
b" 1 7/9 - 1 3/5 - 1 1/3 - 1 1/7

Orgelmakerij Steendam heeft het orgel in de oude staat teruggebracht. Hierbij werd gebruik gemaakt van het originele destijds door Bouman afgestane pijpwerk en van enig grenen pijpwerk (Quint 2 2/3' bas) uit voorraad. De lade werd gerestaureerd, de niet originele kantsleep is hierbij uiteraard komen te vervallen. De stopdoorboringen zijn ongedaan gemaakt.

De huidige dispositie luidt:

Bas

Discant

Praestant 8' 

Praestant 8'

Holpijp 8' 

Holpijp 8'

Fluit 4' 

Fluit 4'

Octaaf 2' 

Octaaf 2'

Quint 2 2/3' 

Sexquialter 2st.

De Fluit 4' (grenen) is in de bas gedekt en in de discant open.
De winddruk is 50mm.


Home

Email: info@orgelbouwsteendam.nl