2001 Delfshaven Oude kerk Hoofdorgel

Dit orgel werd in 1855 vervaardigd door de Utrechtse firma J.Bätz & Co, die vanaf 1849 onder leiding stond van Christian Gottlieb Friedrich Witte (1802-1873). Als adviseur trad de 'eigen' organist A.P.G. de Waal op. De Waal was groot orgelkenner. Een dispositieverzameling van zijn hand bevindt zich in de Koninklijke Bibliotheek te 's-Gravenhage. Overigens had hij liever een instrument van de Rotterdamse orgelmakers Kam & Van der Meulen gezien, maar het kerkbestuur besliste anders.
De Pelgrimskerk is direct aan de haven gelegen. Het orgel heeft hierdoor nogal eens te lijden gehad van het zoute havenwater. Met name de frontpijpen hadden hier last van. Na herhaaldelijk polijsten werd dit pijpwerk in 1884 vervangen door Johann Frederik Witte (1840-1902), zoon van de oorspronkelijke bouwer. Het instrument kreeg toen ook een tremulant. Al in 1892-3 moesten de frontpijpen opnieuw gepolijst worden, nu door de Leidse orgelmaker Jan van Gelder (1846-1895). Hij vernieuwde tevens enkele onderdelen van de mechaniek. Al in 1900 was wederom herstel nodig, nu door de Rotterdamse orgelmakers Jan en Gerrit van der Kleij (resp. 1866-1923 en 1882-1946). In 1937 vond gedeeltelijke revisie plaats door de Utrechtse orgelmaker Johan de Koff (1863-1950), een der voortzetters van het bedrijf van Witte. Zijn zoon Johan (1891-1976) restaureerde het orgel in 1957. Bij deze werkzaamheden werd, naar de tijdgeest, hard ingegrepen. De oorspronkelijke windvoorziening werd vervangen; de gescheiden winddruk, een unicum in het oeuvre van Witte, verviel en het bovenwerk werd lager in de kast geplaatst. Dit laatste noodzaakte tot nogal wat ingrepen in het mechaniek.
Nadat het kerkgebouw in de negentiger jaren was gerestaureerd besloot men ook het orgel aan
te pakken. 
Onder advies van dr. Hans van Nieuwkoop en drs W. Diepenhorst restaureerde Orgelmakerij Steendam het instrument in 1999-2000. De zes windladen en het pijpwerk werden gerestaureerd: de oorspronkelijke windvoorziening werd hersteld, de intonatie-ingrepen ongedaan gemaakt en de gescheiden winddruk weer aangebracht. Nieuw (in Witte-stijl) zijn het pedaalklavier en de Tremulant. De heringebruikneming vond op 16 juni 2000 plaats.

Huidige Dispositie (net als in 1855)
Hoofdwerk Bovenwerk Pedaal
Prestant 8' Prestant 8' Subbas 16'
Bourdon 16' Holfluit 8' Octaafbas 8'
Roerfluit 8' Viola di Gamba 8' Octaaf 4'
Octaaf 4' Salicet 4' Bazuin 16'
Cornet 5 st. Gemshoorn 2' Trombone 8'
Fluit 4' Roerfluit 4'
Quint 3' Dulciaan 8'
Octaaf 2'
Mixtuur 3-5 st. Tremulant
Fagot 16'
Trompet 8' Manuaalkoppel    
    Pedaalkoppel      
Calcant

 

Home

Email: info@orgelbouwsteendam.nl