1999 Ede Oud Gereformeerde Gemeente

Dispositie

Hoofdwerk  C-d'''
Prestant 16' b/d C-F gedekt, eiken, vervolg front, vanaf a’ dubbel
Prestant 8' Discant dubbel
Holfluit 8' metaal met roeren
Octaaf 4'
Roerquint 6' b/d
Flagfluit 4' conisch
Quintprestant 3' Discant dubbel
Sexquialter 2-3  st. b/d doorlopend met dubbel tertskoor in de discant
Superoctaaf 2' Discant dubbel
Mixtuur 4-5-6 st.
Trompet 16' b/d Eerst gereserveerd. Eind 2004 geplaatst
Trompet 8'
Bovenwerk  C-d'''
Prestant 8' C-H gecombineerd met Quintadeen
Quintadeen 8'
Roerfluit 8'
Gemshoorn 4'
Quintfluit 3' b/d bas gedekt
Nagthoorn 2' conisch
Cornet 4 st. Disc.
Vox humana 8'
Tremulant  
Pedaal  C-d'
Bourdon 16' eiken
Holpyp 8' metaal
Fagot 16'

Manuaalcoppel bas
Manuaalcoppel discant
Pedaalcoppel
Toonhoogte a:415 Hz
Stemming: 1/5 middentoon

Artikel uit De orgelkrant 1999/06:
Op vrijdag 26 februari vond de oplevering van het nieuwe orgel van de Oud Gere­formeerde Gemeente te Ede plaats. Het instrument werd gebouwd door de medewerkers van Orgelmakerij Steendam; als adviseur trad Dirk Bakker op. Bij de bouw van dit orgel oriënteerde men zich op het werk van Christian Müller, waarbij met name diens orgel in de Hervormde Kerk van Beverwijk model stond.
Mensuren, aanleg van de mechanieken en maatvoering van de windladen zijn aan dit orgel ontleend. Waar nodig werden ontbrekende gegevens uit andere Müller­orgels gebruikt om tot het uiteindelijke totaalconcept te komen. Vanwege de beperkte hoogte van het kerkgebouw is het Bovenwerk naar achteren geplaatst, waartoe een uitbouw aan de achterzijde van de kast werd gemaakt. De kast en het bekronende snijwerk zijn van Honduras­mahonie vervaardigd. Het overige snijwerk is gemaakt van lindenhout en van bladgoud voorzien. De nieuwe balustrade, kansel, voorlees-lessenaar en doopvont werden eveneens door de orgelmakers vervaardigd. Het pijpwerk is conform Müllers opgave gemaakt van 100 ponden lood op 40 ponden tin; de tongwerken kregen houten stevels en koppen. Van alle
metalen gedekte pijpen zijn de deksels dichtgesoldeerd. De windvoorziening, bestaande uit drie spaanbalgen, kreeg een plaats in de onderkast. Naar voorbeeld van andere Müller-orgels is de klaviatuur aan de achterzijde gesitueerd. 

Foto Tjerk Boorsma ©

Home

Email: info@orgelbouwsteendam.nl