1987 Harkstede Gereformeerd Vrijgemaakte Kerk

Plaatsing en restauratie van het voormalige orgel van de Hervormde Oosterkerk te Groningen.

Dispositie

Manuaal

C-f3

Pedaal C-d1

Prestant

8'

aangehangen

Bourdon

16' disc.

Holpijp

8'

Viool

4'

Octaaf

4'

Fluit

4'

Quint

3'

Octaaf

2'

Cornet

3 sterk

Tekst door Jaap Brouwer d.d. 25.08-2003
De historie van het orgel van de Gereformeerde kerk Vrijgemaakt te Harkstede vangt aan in 1901. In dat jaar plaatste Martinus Vermeulen (1859-1925), orgelfabrikant te Woerden een orgel in de Ontmoetingskerk, de kapel van het Psychiatrisch Ziekenhuis Dennenoord te Zuidlaren. Zoals vaker in het oeuvre van Vermeulen, maakt hij gebruik van ouder materiaal, in dit geval een chromatische windlade en metalen pijpwerk uit ±1870. De lade werd door Vermeulen vergroot met een kantsleep, waarop hij de Vox Celeste plaatste.
Toen het ziekenhuis zich een veel groter nieuw orgel van De Koff kon veroorloven, werd het Vermeulen-orgel in 1926 verkocht aan de Hervormde Oosterkerk te Groningen. De overplaatsing werd verzorgd door Hendrik Vegter (1892-1967) orgelbouwer te Usquert. Aangezien de ruimte in Groningen beperkter was, heeft hij het front moeten versmallen en is de middentoren vervangen. De drie oorspronkelijke beelden, Koning David en twee engelen, konden eveneens niet herplaatst worden, maar bleven in de verwarmingskelder bewaard waar ze door vochtinwerking zwaar beschadigden. In 1986 zijn ze door Orgelmakerij Steendam meegenomen en inmiddels gerestaureerd; ze wachten op een nieuwe bestemming. Vegter plaatste het houten pijpwerk van de Bourdon 16’ bas op de lade. Als gevolg hiervan staken de pijpen ver door het dak van het orgel.
Op een onbekend moment is de Vox Celeste 8’ vervangen door een Quintfluit 1 1/3’ discant.
In de loop van de jaren tachtig besloot de Hervormde Gemeente Groningen de Oosterkerk af te stoten. Het exterieur van het gebouw staat er nog steeds, maar in de kerk zijn nu wooneenheden gebouwd. Het orgel werd aangeboden door tussenkomst van de ‘Orgelbank’ een initiatief van Orgelmakerij Steendam, waarbij eigenaren van overtollige kwalitatief goede instrumenten in contact werden gebracht met besturen van kerken die een orgel zochten. In 1986 werd de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt van Harkstede de nieuwe eigenaar. Orgelmakerij Steendam werd aangezocht voor de restauratie en de overplaatsing. 

Bij demontage duidde de dispositie:

Bourdon 

16’

 

Prestant 

 

Holpijp 

  

Gamba 

  

Octaaf 

 

Fluit 

  

Quint 

 

Octaaf 

 

Quintfluit 

1 1/3’ disc

(op de kantsleep)

Cornet 

III

 

Trompet 

8'

 

Bij demontage werd een sterk heterogeen binnenwerk aangetroffen. 
De zinken frontpijpen werden vervangen door pijpen van orgelmetaal. Op deze wijze werd niet alleen visueel een beter beeld geschapen,maar  ook ontstond er een betere eenheid tussen het frontpijpwerk en het Prestant-pijpwerk op de lade. De Cornet (die wel 10 verschillende soorten pijpwerk bevatte), een deel van de Octaaf 4’ en de bas van de Quint 3’ werden door nieuw pijpwerk vervangen; de Trompet verviel.
Steendam heeft de lade gerestaureerd, de kantsleep werd hierbij verwijderd. De windvoorziening werd nieuw aangebracht.
Een aantal wensen moest in verband met financiλle beperkingen op uitvoering blijven wachten.


Na restauratie luidde de dispositie:

Bourdon

16’

grenenhout, 1901

Prestant

 8’

C-E, hout, ±1870 F-b°, metaal, 1987 c’-f’’’, metaal, 1901

Holpijp 

1901

Viool 

C-B transmissie Holpijp 8’ c°-f’’’ ±1870

Octaaf 

C-F 1987 rest ±1870 en 1987

Fluit 

C-h°, eiken, 19e eeuws huisorgelpijpwerk c°-f’’, metaal, gedekt, ±1870 fis’’-f’’’, metaal, open, ±1870

Quint 

C-h°, 1987 c’-f’’’, ±1870

Octaaf 

geheel ±1870

Cornet 

III disc.

1987, samenstelling, 2 2/3’ – 2’ – 1 3/5’

open plaats

 

gereserveerd voor Trompet 8’

Aangehangen pedaal C-d’
Winddruk 90mm
Toonhoogte a’ : 440Hz bij 15°C.

In ingebruikneming van het orgel vond 13 februari 1987 plaats.

In 1995 konden de overige wensen vervuld worden waarbij met name het houten pijpwerk vervangen werd door beter passend materiaal (±1930) uit voorraad van Orgelmakerij Steendam. De winddruk werd verlaagd tot 80 mm waterkolom.

De huidige dispositie luidt:

Bourdon 

16’

 C-h° , hout, ±1930 c’-f’’’, metaal, 1995

Prestant 

 C-E, hout, ±1930 F-h°, front, 1987 c’-f’’’, 1901 

Holpijp 

 C-H, hout, ±1930 c°-f’’’, 1995

Viool 

 C-H, transmissie Holpijp 8’ c°-f’’’, ±1870

Octaaf 

 C-F, front, 1987 Fis-f’’’, ±1870/1987

Fluit 

 C-h°, metaal, 1995 c’-f’’’, ±1870

Quint 

 C-h°, 1987 c’-f’’’, ±1870

Octaaf 

 geheel ±1870

Cornet 

III disc

 1987

open plaats

 

 gereserveerd voor een Trompet 8’



Artikel uit de Mixtuur nr. 58 oktober 1987 blz. 376-379
In de Vrijgemaakt Gereformeerde kerk te Harkstede wordt een overgeplaatst orgel in gebruik genomen na restauratie door fa. S. Steendam te Warffum. Betreffend instrument moet omstreeks 1900 zijn gebouwd door fa. Mart. Vermeulen uit Woerden voor Stichting Dennenoord te Zuidlaren. Ondanks enig onderzoek dat dhr. H. G. de Olde hiernaar heeft verricht, is het tot op heden niet gelukt het juiste bouwjaar en verdere gegevens uit de oudste situatie te achterhalen. Bekend is wel, dat Stichting Dennenoord in 1926 overging tot de aanschaf van een nieuw orgel en het oude verkocht aan de Hervormde Oosterkerk te Groningen, waar het zou zijn geplaatst door H. Vegter, orgelbouwer te Usquert. De kas wordt bij die gelegenheid in ongunstige zin gewijzigd, de voorheen ongetwijfeld aanwezige middentoren met aangrenzende velden werd vervangen door den viak veld, en het geheel werd ongeveer 70 cm smaller gemaakt. Bij de sluiting van genoemde Oosterkerk kwam het orgel weer vrij. Het werd nu overgenomen door de Vrijgemaakt Gereformeerde kerk van Harkstede. Bij de plaatsing aldaar werd het instrument gerestaureerd, zij het binnen een uiterst beperkt budget. De windlade, die met het overgrote deel van het metalen pijpwerk nog uit omstreeks 1850 moet stammen, werd hersteld. De Trompet kwam te vervallen, evenals de bas van de Bourdon 16 vt. Het pijpwerk van de Cornet III, het zinken front bestaande uit pijpen van de Prestant 8 vt., een vijftiental te sterk afwijkende pijpen van de Octaaf 4 vt. en de bas van de Quint 3 vt. werden vernieuwd. De windvoorziening werd opnieuw aangelegd met een magazijnbalg onder in de kas. In eigen beheer werden door adviseur en gemeenteleden nog diverse andere werkzaamheden uitgevoerd, zoals de vervaardiging van een nieuwe balustrade, een nieuwe orgelbank en het schilder- en verguldwerk (met bladgoud op de labia van de front­pijpen en het snijwerk). De dispositie luidt:

Manuaal, C-f”: Prestant 8’ (C-E hout, binnen­staand; F-h front; c’-f” op de lade), Bourdon 16’ discant (grenen), Hoipijp 8’, Viool 8’ (C-H in Holpijp), Octaaf 4’, Fluit 4’ (bas eiken, dis­cant metaal gedekt, hoogste octaaf echter open), Quint 3’, Uctaaf 2’, Cornet 111 discant.
Aangehangen pedaal, C-d’.

Stemming evenredig zwevend, toonhoogte a’= 440 Hz. De winddruk is 90 mm wk.

De intonatie achten wij binnen het kader van de mogelijkheden zeer geslaagd, de sfeer van de late 19e eeuw, die dit orgel onmiskenbaar oproept, heeft dhr. Steendam goed weten vast te houden. Het resultaat is een aangenaam te be!uisteren orgel, dat weliswaar geen artistiek hoogtepunt vertegenwoordigt, maar veelzijdig genoeg is om goed bruikbaar te zijn in de eredienst. Adviseur en bespeler bij de ingebruikneming was dhr. P. Deddens uit Sappemeer.

Home

Email: info@orgelbouwsteendam.nl