
2004 Tholen Gereformeerde Gemeente
Foto's van Henk
Visscher, gemaakt tijdens de intonatie door Sicco Steendam
Foto's van
het binnenwerk van het orgel na plaatsing
Diashow van de plaatsing van het orgel te Tholen in de week van 8-12 december 2003
Foto's van de vorderingen van de bouw tot begin november 2003
In 1986 verwierf de orgelmaker Sicco Steendam het Van Oeckelenorgel uit de
Gereformeerde Parklaankerk te Groningen. In de loop der tijd zijn door hem
diverse pogingen gelanceerd om voor dit instrument een passende bestemming te
vinden (o.a. Herv.Kerk te Veendam, Grote Kerk Vianen), maar pas in 2001 werd een
overeenkomst getekend tussen de kerkenraad van de Gereformeerde Gemeente te
Tholen en Orgelbouw Steendam. Adviseur is Ir. Dirk Bakker te Piershil.
Akoestisch adviseur is Ir. Henk Kooiker.
Petrus van Oeckelen bouwde dit orgel oorspronkelijk voor de R.K. Academie- of
Broer(en)kerk te Groningen in 1841. Deze kerk bevatte oorspronkelijk een orgel
wat gebouwd werd door Arp
Schnitger (1702) wat in 1815 verplaatst werd naar de Der
Aa kerk. De Academie kerk tobde al in de Franse tijd met leegstand en verval
totdat de plaatselijke overheid de kerk in 1821 toewees aan de Rooms
Katholieken. In 1829 volgde de echte overname en plaatste de orgelmaker J.W.Timpe
een klein orgel (met negen registers). Dit orgel werd in 1840 verkocht naar de
Hervormde kerk te Beilen, waar het nu nog steeds aanwezig is. (Zie www.orgelsindrenthe.nl)
In 1838 werd met de (Rooms Katholieke) Van Oeckelen een contract afgesloten voor
de bouw van een nieuw orgel voor de som van 6930 gulden.
Het genoemde Contract voor dit orgel bleef gelukkig bewaard. Het vertoont zeer
veel overeenkomsten met het orgel wat oorspronkelijk door Cornelis van Oeckelen
te Breda (de vader van Petrus) was aangenomen voor de Hervormde Kerk van Strijen.
Dit orgel werd, na het overlijden van C. van Oeckelen, gemaakt, c.q. voltooid in
1839. Behalve de kas, bakstukken, balgen, een gedeelte van de laden en een
rudimentair gehalte aan pijpwerk, bleef van dit orgel helaas niet veel van Van
Oeckelen bewaard.
Dispositieverzamelaar G.H. Broekhuyzen noemt het in Groningen voltooide orgel
een "zeer goed toongevend werk" en het had "een
welgeordonneerde kas of front".
In 1867 werd aan het orgel een nieuw vrij Pedaal toegevoegd en de dispositie op
onderdelen gewijzigd. In 1881 werden er opnieuw wijzigingen
doorgevoerd, nog steeds door de Fa. Van Oeckelen (P. van Oeckelen & Zonen).
In 1895 werd een nieuw kerkgebouw (de R.K. St. Martinus) in gebruik genomen,
ontworpen door de bekende architect P.J.H. Cuypers. Het Van Oeckelen-orgel werd
niet geschikt geacht voor de nieuwe kerk. Het werd verkocht aan de Christelijk
Gerefomeerde Gemeente (vanaf 1898 de Gereformeerde Kerk) verkocht voor 1000
gulden. De Groninger orgelmaker Jan Doornbos plaatste het orgel in 1898 voor
1050 gulden in de nieuwe Gereformeerde Parklaankerk (1889). Reeds in 1925 werd
de Parklaankerk herbouwd en het orgel verhuisde mee, zij het dat de gehele opzet
van het orgel grondig werd veranderd door de Firma A.S.J. Dekker uit Goes. Dat
moest ook wel want de architect van de kerk, Egbert Reitsma, had voor het grote
Van Oeckelenorgel onvoldoende ruimte (en vooral hoogte) gereserveerd. Dekker
pakte het inmiddels slecht functionerende orgel grondig aan, de oude kas, de
spaanbalgen en het front verdwenen, en het pijpwerk werd enige plaatsen
opgeschoven om expressions aan te kunnen brengen. De dispositie werd
uiteindelijk nauwelijks gewijzigd. In 1938 werd het orgel gerestaureerd door
Mense Ruiter, waarbij opnieuw oude onderdelen (waaronder de Trompet 8 en 16 voet
en de Mixtuur) verloren gingen. In 1962 volgde opnieuw een restauratie door
dezelfde firma, waarbij opnieuw een reeks wijzigingen werden doorgevoerd. Nog in
1979 werd, eveneens door de Fa. Ruiter, een nieuwe magazijnbalg aangebracht en
uiteindelijk viel het doek voor kerk en orgel in 1982.

Het
orgel is grondig gerestaureerd en gereconstrueerd naar de situatie van
1841/1867. De windvoorziening, met drie grote spaanbalgen in een aparte
balgenkas, is gereconstrueerd naar voorbeeld van het orgel in de Herv.
Koepelkerk te Smilde. De orgelkas (9.97 meter hoog!) is eveneens gereconstrueerd
naar voorbeeld van Strijen en Garmerwolde. Het bijbehorende snijwerk is door
twee houtsnijders geheel in stijl vervaardigd. De kanalisatie is opnieuw gemaakt
op basis van voorbeeld Smilde, aangevuld door eigen expertise. De uit 1841
daterende laden zijn ontdaan van latere toevoegingen en veranderingen door de
Fa. Dekker en Mense Ruiter. De indeling van de lade van het Bovenwerk is
aangepast aan de bezetting die in 1867 is ontstaan. De originele klaviatuur uit
1841 met inlegwerk van ivoor en bloemmahonie is geheel gerestaureerd; de
karakteristieke en originele bank, hoewel tot voor kort zeer verminkt, komt
herboren uit de restauratie tevoorschijn. Het pijpwerk leverde een soms zeer
heterogeen beeld op. Sommige registers (meestal Holpijp, Fluit en/of Bourdon)
waren redelijk goed bewaard gebleven. Andere registerreeksen, voornamelijk
prestanten, kwamen zeer gehavend uit de pijpenrekken tevoorschijn. Diverse
prestanten waren een quint opgeschoven en moesten dus ingrijpend worden
verlengd. Karakteristiek aan het orgel is het vrijwel ontbreken van vulstemmen
(op de Ged. Quint 3 vt en Mixtuur na). Gezien de toekomstige functie van het
orgel, gemeentezangbegeleiding voor plm. 1000 kerkgangers, tezamen met een
vijftal zeer goed florerende koren, is thans het hoofdwerk uitgebreid met een
tweetal (discant-)stemmen naar Van Oeckelen voorbeeld uit 1867. Deze stemmen
staan op aparte stokken, los van de historische laden, en markeren duidelijk de
nieuwe - in stijl toegevoegde - stemmen.
Tot slot de dispositie:
|
Manuaal of Hoofdwerk |
C-f3 |
|
|
Prestant |
16 voet |
vanaf F in het front; 2003; binnenpijpwerk 1841 |
|
Bourdon |
16 voet |
C-h eiken; rest metaal; 1841 |
|
Octaaf |
8 voet |
C en Cis in het front; 2003; D-f3 binnen 2003/1841 |
|
Gedakt |
8 voet |
C-H eiken; rest metaal 1841 |
|
Octaaf |
4 voet |
1841 |
|
Fluit |
4 voet |
C-a2 gedekt; b2-f3 open; 1841 |
|
Ged. Quint |
3 voet |
C-E 18e eeuws uit kabinetorgel afkomstig; C-fis2 gedekt; g2-f3 wijd conisch open F-f3 1841 |
|
Octaaf |
2 voet |
1841 |
|
Mixtuur |
4 sterk |
1 voet; bas en discant 50 pijpen uit 1841; rest 2003; volledige repetitie per octaaf |
|
Fagot |
16 voet |
2003 naar voorbeeld van Smilde |
|
Trompet |
8 voet |
2003 |
|
Cornet |
5 sterk discant |
2003; direct achter het front geplaatst. |
|
Terts |
3 1/5 voet discant |
2003 |
|
Boven Manuaal |
C-f3 |
|
|
Prestant |
8 voet |
C-Cis binnen; D-e1 in het front 2003; f1-f3 op de lade 1841 |
|
Holpijp |
8 voet |
C-H eiken; rest metaal 1841 |
|
Holfluit |
8 voet |
C-H gec. met Holpijp; c-h gedekt c1-f3 wijdopen; 1841 |
|
Viola di Gamba |
8 voet |
C-H 2003; c-f3 1841 |
|
Fluit travers |
8 voet discant |
2003 naar voorbeeld van Beerta HK. |
|
Octaaf |
4 voet |
1867 voorheen op plaats Flajolet |
|
Fluit |
4 voet |
C-a2 gedekt 1841; b2-f3 open 2003 |
|
Open Fluit |
2 voet |
C-H gedekt; rest wijd open 2003 (op 2 pijpen na) |
|
Flajolet |
1 voet |
1841/2003 |
|
Chalcodion |
8 voet |
Doorslaand; Voorheen Trompet 8 voet afkomstig uit Garrelsweer Geref./M. Eertman (in plaats van Vox humana 8 voet uit 1841) |
|
Hoboe |
8 voet |
Doorslaand. Voorheen Hobo 8 voet afkomstig uit Deventer Grote Kerk/ Gebr. van Oeckelen 1892 (in plaats van oude Hoboe 8 voet) |
|
Pedaal |
C-d1 |
|
|
Subbas |
16 voet |
grenen 1867 |
|
Violon |
8 voet |
1867 |
|
Holpijp |
8 voet |
C-H eiken, voorheen Holfluit 8 voet, in 1867 gewijzigd; c-d1 1867 |
|
Bazuin |
16 voet |
2003, opslaand tongwerk |
|
Trombone |
8 voet |
2003 |
Manuaalkoppel in bas en discant (1841)
Tremulant (opliggend voor het Boven Manuaal)
Pedaalkoppel
Windlosser
Calcant
In het geheel nieuwe kerkgebouw, een creatie van Valk architecten, is dit grote
orgel met zijn gereconstrueerde kas in een voor Van Oeckelen gebruikelijke
zwarte kleurstelling, compleet met snijwerk en bekroningen een aandachttrekkende
verschijning geworden.
Dirk Bakker, 5 maart 2003.

Email: info@orgelbouwsteendam.nl